Doelapparaten
In elke exportbestemming moet een fysiek doelapparaat worden gedefinieerd. De mogelijke waarden zijn:
- Bestandssysteem (lokale computer, USB-stick, SD-kaart…)
- Clouddrive (InstantSharing, apps, Garmin-Drive…)
- USB-apparaat (Garmin, TomTom, BMW Navigator…)
- Garmin BaseCamp (bewerken en naar apparaat verzenden)
Als USB-apparaat is geconfigureerd als doelapparaat, wordt in het dialoogvenster voor de route-export een lijst met mogelijke USB-apparaten weergegeven, mits er USB-apparaten zijn aangesloten. Als u uw navigatiesysteem op dat moment niet bij de hand hebt, kunt u routes ook naar het bestandssysteem exporteren. Hiervoor wijzigt u het doelapparaat van USB-apparaat naar bestandssysteem en selecteert u bij de export een map op de lokale harde schijf. Als het navigatiesysteem later op de computer is aangesloten, kunt u de eerder geëxporteerde GPX-bestanden met Windows Verkenner naar het navigatiesysteem kopiëren.
In veel Garmin-apparaten kan een SD-kaart worden geplaatst. Deze SD-kaart mag niet groter zijn dan 32 gigabyte en moet geformatteerd zijn met een FAT32-bestandssysteem. Om ervoor te zorgen dat de geheugenkaart door Track of the day en de Garmin-apparaten wordt herkend, moet er op de geheugenkaart een map Garmin met een submap GPX aanwezig zijn. Het is een veelvoorkomende foutbron dat deze twee mappen niet aanwezig zijn.
